Focus op Sensaties (FOS)

Ger Schurink en Eva de Hullu, januari 2020, ©methodoflevels.nl

Print dit artikel

Sensaties

Focus op Sensaties[1] (FOS) is een methode om mensen te helpen bij het bevrijden van emoties die vast zitten. Ze worden geblokkeerd, bijvoorbeeld vanwege de angst overspoeld te raken en de controle te verliezen. Bij het aanpakken van psychisch leed is het een absolute voorwaarde dat mensen hun pijn onder ogen zien en zich daarover uiten. Dat is in het dagelijks leven zo en ook het succes van hulpverlening hangt hier van af. Emotionele pijn verdwijnt niet met uitleg, goede raad, verstandige gedachten of door pillen te slikken. Als emotionele zaken nog een plek moeten krijgen dan kan dat alleen via de confrontatie met de pijn. Er is geen ontkomen aan.

Mensen hebben een zelfgenezend vermogen dat pas in werking treedt bij het onder ogen zien van de angst of andere gevoelens. Als dat niet gebeurt komt goede hulp niet op gang of het stagneert op cruciale momenten en emotionele problemen blijven voortbestaan. FOS is een direct toepasbare interventie die zeer effectief is omdat hij zich beperkt tot precies datgene wat maakt dat mensen contact kunnen maken met pijnlijke gevoelens. Bij FOS ligt de regie[2] volledig bij de cliënt zelf. Daardoor is er een gevoel van vrijheid en veiligheid om beladen emoties toe te laten en te verwerken. Het is een transdiagnostische interventie die werkzaam is bij alle vormen van psychisch leed.

Deze handleiding beschrijft wat FOS is, waarom contact met emoties zo belangrijk is, hoe dat contact geblokkeerd kan raken en waar dat door de therapeut aan te zien is. Vervolgens worden concrete instructies gegeven voor het toepassen van FOS.

FOS in de praktijk

Wat is het?

Bij FOS wordt alle aandacht gericht op waar gevoelens in het lichaam te voelen zijn. Pijnlijke emoties zijn de kern van alle vormen van psychisch leed. Emoties hebben een mentale en een fysieke kant. We hebben woorden en beelden bij onze gevoelens, maar waar we vooral last van kunnen hebben zijn de onaangename emotionele gewaarwordingen in ons lijf. Daar hebben we allerlei uitdrukkingen voor: verlamd van schrik, druk op de borst, zwetende handen, trillen van woede, spanning in de buik, bonzende hart, beklemming op de keel, een leeg hoofd enzovoort. (zie Bijlage: Emotiekaarten)

Niet alleen in ons taalgebruik, maar ook uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat emoties een zeer sterke lichamelijke uitwerking kunnen hebben. Elke emotie geeft unieke gewaarwordingen in het lichaam. Als dat onaangenaam of pijnlijk is dan willen we dat zoveel mogelijk voorkomen, vermijden en onderdrukken. Dat laatste is nu precies de reden waarom sommige mensen nare ervaringen niet kunnen verwerken en waarom gebeurtenissen van vroeger nu nog psychisch lijden veroorzaken.

FOS is het je bewust volledig openstellen voor pijnlijke emotionele gewaarwordingen. Er met hulp van een therapeut[3] echt voor gaan zitten, gevoelens in het lichaam waarnemen, toelaten en benoemen zonder iets te doen om het te veranderen.

Hoe wordt FOS toegepast in het kort

De cliënt richt de aandacht op zijn lichaam en voelt wat er emotioneel te voelen is. Dan staat hij gedurende  enige tijd (10 tot 30 seconden) stil bij de plek(ken) waar het gevoel zit. De therapeut vraagt: Wat ervaar je nu? De cliënt geeft de plaats of het gevoel een naam, bijvoorbeeld spanning op de borst. De therapeut vraagt vervolgens om de aandacht op het gevoel te laten rusten, ook de andere delen van het lichaam op de achtergrond te voelen en de aandacht te verplaatsen als er elders een gevoel in het lichaam opgemerkt wordt. Zo gaat het verder: aandacht op de plek van het gevoel, kort benoemen, toelaten zonder iets te doen, enzovoort. Indien nodig kan de therapeut een korte vraag stellen, aanmoedigen of wat uitleg geven om de cliënt te helpen bij het gevoel te blijven.

Waarom en wanneer gebruik je FOS?

Je gebruikt FOS als je merkt dat je cliënten ernstig belemmerd worden in het voelen en toelaten van emotionele pijn. Het niet willen en kunnen voelen zit het herstel van je cliënt in de weg. Dat kan bij de start of in de loop van een therapie(sessie) duidelijk worden.

Een voorbeeld:

In zijn jeugd heeft Herman veel te lijden gehad vanwege een veeleisende vader die hem regelmatig boos schreeuwend kritiek gaf en soms een klap uitdeelde. Herman heeft geleerd zijn gevoelens te onderdrukken. Hij heeft de overtuiging dat hij alleen veilig is en erkenning krijgt als hij enorm zijn best doet, onderdanig is en zich aanpast. Hij kan alleen enige controle houden in zijn leven (veilig zijn, gezien worden) door zich niet te uiten en zich te schikken in de wensen van anderen. Die ervaart hij meestal als overheersend en gevaarlijk. Zichzelf ziet hij als kwetsbaar en machteloos. Hij heeft nooit geleerd om veiligheid en erkenning op andere manieren te krijgen. Steeds vaker merkt in het dagelijks leven dat hij slikkend & stikkend ten onder dreigt te gaan. Herman vertelt dat hij zichzelf steeds te kort doet in de meeste sociale situaties. Machteloosheid en angst merkt hij nauwelijks nog bewust op. Die worden direct automatisch weggemaakt. Herman kan in therapie wel vertellen over zijn depressieve klachten maar zijn angst, en naar later blijkt een enorme woede, is niet bespreekbaar.

Er is een formule die het effect van geblokkeerde emoties mooi uitdrukt:

Lijden = pijn x weerstand.

De mate waarin je ergens onder lijdt is het product van de objectieve (emotionele) pijn of het ongemak x de mate waarin je je tegen die pijn verzet. Veel weerstand = veel lijden en weinig weerstand = weinig lijden. Om zo goed mogelijk nog enige controle te houden heeft Herman als kind vooral geleerd om gevoelens die hem kwetsbaar maken te onderdrukken. Dit heeft hem enorm beperkt in zijn mogelijkheden en hij is er steeds meer onder gaan lijden. Als Herman op een of andere manier leert om uiting te geven aan boosheid, angst en verdriet die in hem leeft, dan neemt het lijden af. FOS leert de weerstand op te geven door te reageren met aandacht, toelaten en niets doen. Gevangen gevoelens komen vrij: FOS is gevoelsbevrijding.

Waaraan zie je dat er geblokkeerde emoties zijn?

Dat kun je onder meer aan een of meer van de volgende veelvoorkomende reacties merken:

  • Koel gesprek: Cliënt (C) praat zakelijk, verstandelijk en het blijft een koel gesprek.
  • Piekerstand: C is hardop pratend aan het piekeren waar de therapeut (T) bij zit.
  • Verleden tijd: Het gesprek gaat hoofdzakelijk over toen en toen en toen.
  • Lang verhaal: C vertelt uitvoerig over dingen die er niet echt toe doen.
  • Groot houden: C is zichtbaar bang, boos of bedroefd en praat daar omheen.
  • Herhaling: Het gesprek komt steeds op dezelfde punten uit.
  • Er mist iets: C houdt een of meerdere gevoelens op afstand.
  • Help, help!: C vraagt vooral begrip, medeleven, advies etc.
  • Stagnatie C valt stil en communiceert (bijna) niet meer.
  • Achtbaan: Er is een aaneenschakeling van gevoelens die er even kort en heftig zijn.

Om snel te kunnen signaleren dat iemand veel moeite heeft met emoties kun je ook deze eenvoudige driedeling gebruiken: kip zonder kop, kop zonder kip en kip zonder kip.

  • Kip zonder kop: Alle aandacht gaat naar het lijf. Er is (te) veel gevoel dat overspoelt.
  • Kop zonder kip: C zit in zijn/haar hoofd. Er is geen/weinig verbinding met het lichaam.
  • Kip zonder kip: C maakt een afwezige indruk en is ‘leeg’.

Hoe het er aan de buitenkant ook uitziet, meestal is er bij stagnatie in therapie sprake van niet of onvoldoende stil kunnen of willen staan bij onderliggende (heftige) emoties.

Waarom kunnen mensen  soms hun gevoelens niet goed voelen en uiten?

De woorden gevoel en emotie worden vaak door elkaar gebruikt, hoewel dat strikt genomen niet juist is. Emotie gaat over toestanden zoals blij, bang, boos, bedroefd etcetera. Het woord gevoel wordt hiervoor ook gebruikt maar heeft ook veel andere betekenissen die tot verwarring kunnen leiden. Gevoel wordt zowel gebruikt voor fysieke gewaarwordingen als warm, koud, hongerig, vermoeid, enzovoort, als voor emotionele gewaarwordingen als angst, woede en verdriet. Bovendien wordt met het woord gevoel vaak een mening of een vermoeden weergegeven zoals: ‘ik voel me eenzaam’ of ‘ik voel dat zij niet te vertrouwen is’. In deze handleiding worden met gevoelens en emoties bedoeld: wat je in je lichaam ervaart bij angst, verdriet, somberheid, woede, afgunst, jaloezie, schaamte, enzovoort.

Er is een aantal redenen waarom mensen grote moeite hebben met emoties en waardoor psychisch lijden voortduurt:

Aanleg: Mensen verschillen in de mate waarin ze in hun lichaam gevoelens kunnen voelen en benoemen. Een menselijk lichaam kan, net als een beeldscherm van een televisie of tablet, een ‘lage resolutie’, ofwel weinig pixels voor de waarneming van gevoelens hebben. Er zijn aanwijzingen dat de hersengebieden die betrokken zijn bij emoties bij sommige mensen in aanleg minder ontwikkeld zijn, bijvoorbeeld bij alexithymie. Alexithymie is de naam van een persoonlijkheidstrek met het belangrijkste kenmerk: moeilijkheden in het beschrijven en/of onderscheiden van gevoelens.

Vroege levenservaringen en opvoeding: Voortdurende stress in de kinderjaren kan de ontwikkeling van bepaalde hersengebieden en breinprocessen belemmeren die een belangrijk onderdeel zijn van de emotieregulatie. Vooral een verbod op het hebben of tonen van gevoelens of de angst om dan ‘gepakt’ te worden kan de reden zijn dat iemand geleerd heeft om emoties te negeren, te onderdrukken of weg te redeneren. Men is dan als het ware ‘doof’ voor gevoelens. Kinderen krijgen bovendien ook geen gelegenheid om goede manieren te leren om met gevoelige onderwerpen om te gaan.

Angst voor controle-verlies: De angst overspoeld te raken door heftige emoties, komt het meeste voor. Misschien is het wel ‘de moeder van alle angsten’. De vrees dat er zoveel los komt dat de nare gevoelens nooit meer overgaan, de angst om gek te worden en te blijven, dat er iets in lichaam of geest kapot gaat, om gevaarlijke dingen te doen die ongelukken en ernstig letsel veroorzaken, of om ongelofelijk voor schut te komen staan. De angst voor het verlies van controle over emoties heeft te maken met zeer pijnlijke ervaringen in vergelijkbare situaties in het (verre) verleden. Onverwerkte gebeurtenissen van toen zorgen voor psychisch leed nu.

Wat ook rol kan spelen is wat de meeste mensen bij heftige gevoelens soms diep van binnen al lang weten: Als ik werkelijk de ruimte geef aan wat ik voel dan is er geen weg meer terug. Dan moet ik iets onder ogen zien en misschien ook de onvermijdelijke keuzen maken die mijn leven ingrijpend kunnen veranderen. Dit angstige toekomstbeeld kan zo imponeren dat mensen het niet onder ogen willen zien. Daarom kunnen ze niet ontdekken hoe het precies in elkaar steekt en wat voor hen goede keuzen zijn. Je gaat het pas zien als je het door hebt!

Dissociatie: Een toestand waarin men tijdelijk, of voor een langere periode, niet (volledig) bewust is van wat men ziet, hoort, voelt, denkt of doet. Dissociatieve ervaringen liggen op een continuüm met aan de ene kant normale dissociatieve reacties en aan de andere kant zeer ontregelende ervaringen. Tijdens een lange autorit plotseling merken dat je, zonder het te weten, alweer kilometers verder bent is een dissociatieve ervaring die iedereen kent. Of bijvoorbeeld na een ernstig persoonlijk verlies, zoals de dood van iemand waarom je veel geeft, een tijd lang niet kunnen voelen en geloven dat het zo is. Bij ernstigere vormen van dissociatie worden nauwelijks of geen gevoelens meer gevoeld, is het normale contact met het lichaam verdwenen of ervaart men de omgeving en zichzelf als ‘anders’.

Gevoelens een tijdje niet voelen of uiten hoeft geen probleem te zijn. In moeilijke omstandigheden kan het de beste of enige manier zijn om overeind te blijven. Het spaart energie, het verdunt bij heftige gevoelens de pijn en is daarom vaak nuttig. Bijvoorbeeld als iemand een tijdlang machteloos is in een dramatische situatie, dan vormt de menselijke geest als het ware waterdichte compartimenten. Die compartimenten kunnen dicht blijven terwijl dat al lang niet meer nodig is. Emoties die niet (meer) gevoeld en geuit worden zijn een probleem omdat dit ervoor zorgt dat je geen goede informatie meer krijgt over de toestand van het systeem. Als gevoelens er niet mogen zijn, doen ze niet meer mee en helpen ze niet meer een vorm te vinden die wel goed is. Gevoelens kunnen voelen en gebruiken om je leven vorm te geven is noodzakelijk om gezond te kunnen leven. Vrijheid en ruimte om anders te reageren dan vanuit oude vaste automatische patronen ontstaat pas als emotionele blokkades opgeheven zijn.

Focus op sensaties: hoe doe je het?

Het doel van FOS is het bevrijden van vastzittende emoties door ze aandacht te geven terwijl je je ook bewust bent van andere ervaringen op dat moment. Dit is cruciaal: de geblokkeerde gevoelens krijgen bij FOS de ruimte tegen de achtergrond van wat er nog meer te voelen, horen of te zien is. De taak van de therapeut is in feite eenvoudig:

  1. aanmoedigen om te vertellen hoe en waar de pijn gevoeld wordt,
  2. een stilte laten vallen,
  3. vragen: ‘Wat ervaar je nu? plus het antwoord,
  4. gevolgd door: ‘Richt je aandacht op die plek’,
  5. stilte plus ‘Wat ervaar je nu?’ enzovoort, afgewisseld met een korte vraag of aanmoediging.

Ondertussen let de therapeut ook op bijzondere non-verbale reacties en stelt daar vragen bij, bijvoorbeeld: Je zucht, wat ervaar je nu? Het enige doel is dat de cliënt volledig toegang krijgt tot emoties. Meer niet. Het gaat niet om het repareren van iets dat stuk is. Het gaat niet om het leren wennen aan onaangename ervaringen of om acceptatie en ook niet om het veranderen van negatieve overtuigingen. Waar het om gaat, en dat is het enige, is dat therapeut en cliënt een optimale situatie scheppen waarin de aandacht onophoudelijk gefocust is op de plaatsen waar de pijn in het lichaam zit.

Voorbereiding

FOS kun je op twee manieren inzetten: verweven in lopende gesprekken of als een op zichzelf staande interventiemethode. Als FOS op een natuurlijke manier in een gesprek wordt ingevoegd, dan kan de therapeut direct en zonder toelichting vragen om de aandacht te richten op de plek waar nu iets te voelen is, enzovoort en zo het focussen (zie onder) in gang te zetten. Cliënten die niet bekend zijn met de stijl van gespreksvoering, zoals in de Method of Levels of een andere cliëntgerichte non-directieve therapiemethode, kunnen baat hebben bij een korte uitleg vooraf.

De therapeut kan dan in enkele minuten kort uitleggen waarom gevoelens soms ver weggestopt zijn. Dat het voor het verwerken en het oplossen van psychisch lijden noodzakelijk is dat pijnlijke gevoelens weer tevoorschijn komen en de ruimte krijgen. Eventueel kan de therapeut, als dat al is uitgesproken, nog eens samenvatten waarom de cliënt zijn of haar problemen juist nú wil aanpakken. Deze introductie kan ook vooraf gaan aan FOS als zelfstandige interventie.

Verschillen met andere interventies

Bij FOS wordt er gewerkt aan gevoelens die op dat moment hoog zitten. Cliënten bepalen zelf welke gevoelens dat zijn en waar ze mee aan de slag willen. Er wordt bij FOS vooraf géén selectie of rangorde gemaakt van gevoelens. Er wordt geen tijdslijn van traumatische herinneringen vastgesteld. Cliënten wordt ook niet gevraagd om te bedenken welke herinnering een bepaalde emotie het beste weer geeft. Ze hoeven ook geen scores te geven aan de mate van narigheid of helderheid van die herinnering. Ook het formuleren van ongewenste negatieve en gewenste positieve cognities is niet aan de orde. Evenmin is het nodig om met compassie of mildheid gevoelens liefdevol te omarmen.  De therapeut hoeft ook niet te weten wat precies het verhaal achter de geblokkeerde emoties is. Indien er een nieuwe sessie gestart wordt, en ook bij elke (vervolg)sessie, vraagt de therapeut aan de cliënt wat nu het onderwerp in dit gesprek is en of hij zover is om er mee aan de slag te gaan. Kortom: de cliënt heeft de leiding. Ook na een onderbreking bepaalt de cliënt zelf of en waar hij de draad weer op pakt. De therapeut is in dit proces een bijrijder die alleen helpt om de aandacht op de weg te houden en die slechts incidenteel, als het echt noodzakelijk is, adviezen geeft of even het stuur overneemt.

De basisinstructies stap voor stap:

  • De therapeut (T) vraagt of de cliënt (C) stil wil staan bij het gevoel in zijn lichaam dat samenhangt met het onderwerp van de sessie.
  • T kan ook aansluiten op een uitspraak van C. Bijvoorbeeld: Ik voel me een vulkaan die op uitbarsten staat etc. T: Waar of hoe merk je dat in je lijf?
  • Het sluiten van de ogen helpt om de aandacht zo volledig mogelijk te richten op de emotionele lading in het lichaam. Maar de ogen open houden met de blik omlaag kan ook.
  • T vraagt vervolgens om de aandacht op het gevoel te laten rusten, ook andere delen van het lichaam op de achtergrond te voelen en de aandacht zo nodig te verplaatsen als er elders een gevoel wordt opgemerkt.
  • Telkens na zo’n 10 tot 30 seconden stilte volgt de vraag: Wat ervaar je nu? Andere vragen zoals: Kun je me vertellen wat je voelt, opmerkt, of wat er gebeurt, zitten er vaak net naast. Ze vragen om wat denkwerk en dat leidt af. Het gaat om contact maken en het uiten van pure ervaringen.
  • C noemt telkens een gevoel en/of de plek waar dit gevoel zit zoals: Ik voel druk op mijn borst.
  • Dan zegt T op een rustige wijze: Laat daar je aandacht op rusten. Het is van belang om steeds te laten merken dat het om een tolerante, open houding gaat.
  • Met enige regelmaat vraagt T om tijdens het focussen zich ook bewust te zijn voor wat er nog meer te ervaren[4] is. Bijvoorbeeld: blijf met je aandacht bij die spanning in je buik en registreer op de achtergrond dat je ademt, hier op de stoel zit, mijn stem, andere geluiden hoort, hoe gedachten opkomen enzovoort.
  • T kan af en toe C wat aanmoedigen indien het moeizaam gaat. Bijvoorbeeld: Hoe pijnlijk het ook is, geef het de ruimte.
  • Als C een gevoel noemt, bijvoorbeeld: Ik word heel verdrietig, dan kan T reageren met: Richt je aandacht op waar je dit voelt (in je lichaam).
  • T stelt de vraag ‘Wat ervaar je nu?’ ook bij de zogenaamde verstoringen zoals aarzelen, zuchten, een andere gelaatsuitdrukking, onrustig bewegen enzovoort.
  • Ook bij evaluerende opmerkingen als: Dit is zwaar, het houdt niet op, stom dat ik er zoveel last van heb stelt T een vraag in de trant van: …En waar voel je dit (zware, stomme etc.) met name in je lichaam?

Variaties

Soms gaan cliënten op eigen initiatief na een korte stilte vertellen waar ze wat voelen. Zo heeft C meer de regie, maar het nadeel kan zijn dat C een deel van zijn aandacht daarvoor moet gebruiken en wat minder op gevoelens kan focussen. Bespreek het even en laat aan C over wat hij liefst wil. De 10 tot 30 sec. is een richtlijn. Korte stiltes hebben als voordeel dat C niet veel kans krijgt om af te dwalen of te vermijden en als nadeel dat C er soms niet goed in komt. Lange stiltes kunnen tot gevolg hebben dat er zich in de tussentijd zoveel aandient dat C overspoeld dreigt te worden. Gewoonlijk kan T wel aanvoelen of het tempo past en indien nodig vragen of het oké is.

Wat te doen…..?

  • Als je de indruk hebt dat je cliënt door heftige reacties teveel overspoeld word, dan help je even. Zeg bijvoorbeeld: Voel het ademen, merk op dat je hier op de stoel zit, hoor de geluiden om je heen et cetera. Kijk of je de spieren in gezicht, buik en borst iets losser kun laten.
  • Als de lichamelijke reacties afnemen (of toenemen) reageer dan met: Het maakt niet uit wat er gebeurt. Laat het maar toe, wat het ook is.
  • Indien er veel gedachten of beelden zijn: merk die gedachten op en keer met je aandacht weer terug naar het voelen van de lichamelijke gewaarwordingen, terwijl je de gedachten laat voor wat ze zijn.
  • Als het gevoel afneemt: volg met je aandacht het afnemen.
  • Als de spanning, angst, verdriet of boosheid sterker wordt dan zegt T: blijf bij dat sterker worden.
  • Als C ‘niks’ ervaart kan T nog een of twee keer vragen: richt je aandacht op je lichaam en stel je open voor wat er zich aandient. Regelmatig komt er dan toch weer iets omhoog.
  • Als het echt neutraal of goed voelt? Vraag dan om nog even te blijven zitten met het neutrale of goede gevoel en vraag opnieuw wat C ervaart. Als het zo blijft kan T vragen of C wil afronden of met een volgend onderwerp wil verder gaan.
  • Als C zegt dat hij niks voelt terwijl voor T zichtbaar is waar de emoties zich manifesteren dan kan T dit benoemen. Voorbeeld: Ik zie je onrustig ademen, richt daar je aandacht op. Of: ik zie je friemelen met je vingers…wil je daar op focussen?
  • Wanneer er een onderbreking is omdat er een telefoon begint te rinkelen, er iemand in de gang hard aan het praten is of wat dan ook. Laat dan altijd aan C over of en waar hij de draad weer wil oppakken.
  • Rustig doorgaan als T denkt dat het wel erg zwaar is. C kan/zal zelf wel aangeven als het genoeg geweest is. In geval van twijfel, gewoon de vraag stellen: hoe vind je dat het gaat?
  • Als T twijfelt, het even niet meer weet of gewoon even willen horen hoe het is voor C. dan stelt T een vraag zoals: Hoe gaat het? Of: Kan het zijn dat het je zoveel energie kost dat je je niet meer goed kunt concentreren?

Hoe sluit je af?

Er zijn verschillende redenen om af te sluiten: er is rust met betrekking tot het onderwerp, de tijd is bijna om, of C geeft aan geen energie meer te hebben of het loopt niet zoals bedoeld etc.

Rust op het onderwerp is er als er opluchting te zien en te horen is. C ontspant fysiek en mentaal en er kan berusting zijn, maar ook verwondering en ontroering. Vaak noemt C in enkele zinnen zijn inzichten , oplossingen of plannen. Voor dit moment is het werk gedaan. Dit wordt reorganisatie genoemd: het veranderingsmechanisme dat er voor zorgt dat mensen hun controle weer hervinden.

Als de tijd bijna om is dan sluit T af om zo gelegenheid te hebben voor een nabespreking. Dat kan ook aan C worden overlaten. T vraagt dan bijvoorbeeld: heb je behoefte om er nog iets over te zeggen, of heb je vragen? Zo niet, dan sluiten we af als dat oké voor je is.

Na een tijdje, of na heel veel tijd bij complexe blokkades, is het werk gedaan en is er rust, opluchting en ruimte. Dan vraagt T wat de C wil, afhankelijk van de stand van zaken. Bijvoorbeeld: Is er iets anders waar je nu aan wilt werken, is dit een goed moment om te stoppen, wil je er iets over kwijt etc.?

Maar het kan ook zijn dat er heftige emoties met inzichten opkomen en oplossingen die C zelf aandraagt. Er is dan geen blokkade meer en C praat vrijuit. Dat is een goed moment om te stoppen met FOS en met een (MOL-)gesprek verder te gaan.

Herman zit met zijn hoofd tussen zijn gebalde vuisten aan een stuk te vloeken; gvd, gvd, gvd… Hij heeft net in een paar woorden verteld hoe zijn vader verschrikkelijk boos werd nadat hij als kind fouten maakte in schoolopdrachten. Na een minuut stilte zegt hij: dit is gvd mijn hele leven in een notendop. Ik heb gvd, altijd ongelofelijk mijn best gedaan, gvd! Ik heb notarieel recht gestudeerd en ben notaris geworden. Weet je hoe gvd moeilijk dat voor me was? Hierna gaat het gesprek in de MOL-stijl verder en stopt het focussen op lichamelijke emotionele reacties. Hij heeft vrije toegang tot zijn gevoelens en het gesprek gaat verder over de ellende die het hem heeft opgeleverd zoals meerdere depressieve perioden, een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, levenslang medicatie om zijn somberheid en woede er onder te houden, mislukte relaties en een echtscheiding. Herman beschrijft hoe hij nu nog steeds het kleine bange jongetje kan worden bij dominante mensen en wat dit nu voor hem betekent. Veel wordt hem helder. Hij is er van onder de indruk. Een week later mailt Herman dat het aardig goed met hem gaat, dat zijn agressie minder wordt en dat hij handvaten heeft voor zijn huidige strijd, zoals hij het zelf verwoordt.

Variaties

Na afloop kan T nog uitleg of adviezen geven, maar eerst vraagt hij of C daar behoefte aan heeft. Indien ja, dan vertelt T dat, als je zo nadrukkelijk stilstaat bij een sterke emotionele ervaring, het verwerken, het reorganiseren nog een tijdje kan doorgaan: uren of soms dagen. Het vallen van kwartjes houdt nog niet op. Dit is een gezonde uiting van het zelfgenezend vermogen dat elk mens heeft. In dat geval is het zinvol om afsluitend te bespreken hoe je cliënt kan reageren als zich later gedachten, beelden en gevoelens aandienen die bij het thema horen. Afhankelijk van het antwoord en de mogelijkheden van de cliënt kan T aanvullingen of rechtstreekse adviezen geven. Voorbeeld: misschien kun je als je in de komende periode opnieuw met pijnlijke zaken geconfronteerd wordt, op de zelfde manier als nu even de tijd nemen om het toe te laten. Hoe zou je dat kunnen aanpakken? Stel vooral uitnodigende vragen. Vraag steeds wat C van een eventuele uitleg of adviezen vindt. Stuur C niet weg met goedbedoelde raad die er naast zit en waar C niet om gevraagd heeft.

Helpende instructies, aanmoedigingen en goede woorden

Kort gezegd gaat het hierom: voelen + benoemen + niets doen. FOS is in de kern een methode met eenvoudige instructies om iemand te helpen gevoelens de ruimte te geven. Maar het gaat eerst een tijdje moeizaam totdat het echt soepel gaat. Net als bij fietsen, zwemmen of schaatsen, duurt het een tijd tot je de slag eenmaal goed te pakken hebt. Dan is het handig om als ruggensteun een aantal vaste zinnen paraat te hebben. Die volgen hieronder.

Algemene instructies:

  • Wat ervaar je nu ?
  • Welke lichamelijke gewaarwordingen merk je nu op?
  • Focus op de plek waar je het voelt en merk ook andere dingen op. geluiden, gedachten enzovoort.
  • Wat gebeurt er in je lijf bij de gedachten/herinnering die je nu hebt?
  • Welk gevoel is er op dit moment en waar voel je het in het lichaam?
  • Laat je aandacht rusten op de plaats waar je je gevoelens het sterkst ervaart.
  • Je lichaam is een landschap en jij kijkt wat er gevoelsmatig boven het maaiveld uitsteekt.
  • Richt je aandacht op je lichaam als geheel, merk op wat gevoelsmatig aandacht nodig heeft.

Aanmoedigingen:

  • Het is in orde, voel het maar.
  • Het maakt niet uit wat je voelt. Alles laat je er zijn.
  • Prima, toelaten, toelaten…toelaten.
  • Het is goed, laat maar komen. Stel je er open voor, kom maar op.
  • Hoe pijnlijk het ook is, geef het de ruimte.
  • Ook gevoelens hebben bewegingsruimte nodig.
  • Je hebt besloten om er niet langer voor weg te lopen, voel het maar.
  • Wat je nu ervaart is onderdeel van jou en jouw leven nu, laat het er zijn.
  • Gevoelens moeten de ruimte krijgen. Ze moeten een vrije uitloop hebben net als kippen.
  • Alles wat zich aandient krijgt dezelfde behandeling: voel maar.
  • De houding is steeds: je openstellen, toelaten en niets doen om het te veranderen.
  • Je bent al heel lang voor je gevoelens op de loop en dat heeft je niet geholpen. Nu heb je je voorgenomen om ze toe te laten: geef ze de ruimte, het is in orde.
  • Vrije uitloop is goed voor alles dat leeft; ook voor gevoelens die in jou leven.
  • We hoeven niet te begrijpen waarom je iets voelt en we hoeven het niet te veranderen.
  • Merk alleen op wat je ervaart, geef het een naam en laat het toe, hoe moeilijk het ook is.

Hulp bij (te) heftige reacties:

  • Maak weer even contact met je adem, je lichaamshouding, de geluiden om je heen. En als je zover bent focus je weer op waar je je gevoelens het sterkst voelt.
  • Focus wat meer op je ademhaling, haal wat dieper adem en laat de gevoelens op de achtergrond.
  • Je voelt dat je hier op de stoel zit, je hoort geluiden, mijn stem en je voelt je gevoelens, het is oké.
  • Kijk of je je spieren iets losser kunt laten. Haal een keer diep adem, ontspan je gezicht, schouders, buik…
  • Je kunt de deur op een kier zetten en de gevoelens een beetje toelaten. Als het te veel wordt doe je de deur weer dicht.
  • Rust in de ervaring van wat er nu is en van alles wat zich nog aandient.
  • Het is alsof je een arm om je eigen schouder slaat en je zelf hoort zeggen: het is goed om dit te voelen, laat maar komen.
  • Check even je houding. Als je merkt dat er lichaamsdelen gespannen zijn, bijvoorbeeld je schouders, kaakspieren of je buik, probeer die dan bewust los te laten.
  • Open je ogen even en kijk om je heen. Beweeg je handen, armen en benen een beetje. Realiseer je dat je hier aanwezig bent.

Veel gemaakte fouten:

  • Vragen stellen om te snappen hoe het in elkaar steekt. Dat is volstrekt overbodig. Je hoeft als therapeut helemaal niets te weten.
  • Samenvatten als er meerdere gevoelens zijn. C moet dan daarop focussen en raakt afgeleid.
  • Advies geven, geruststellen of empathie uiten en andere vormen van sturen. Wat de ander op dat moment werkelijk nodig heeft is ruimte, een kader, structuur en veiligheid om intens contact te maken met het pijnlijke onderwerp.
  • Te veel tijd tussen de vragen van therapeut: Wat ervaar je nu? De cliënt raakt er uit of gaat te veel op in de gevoelens (dissociatie en associatie).
  • Te weinig ruimte tussen de vragen van therapeut waardoor er geen ‘diepgang’ is.
  • Verhelderende vragen stellen na een reactie of samenvatten wat de cliënt gezegd heeft. C moet dan nadenken en reageren en dat leidt af van het voelen van gevoelens. Hou het simpel!

De houding van de therapeut

Als de pijn er mag zijn werkt FOS optimaal. De therapeut is daarbij een begeleider en neem alleen de leiding in het (bij)sturen van het proces. Een mooie metafoor is die van de verloskundige. Die vervult een essentiële rol tijdens de zwangerschap en de bevalling. Het is de moeder zelf die het kind op de wereld zet en verantwoordelijk is voor de verdere opvoeding. De taak van de therapeut is vooral het scheppen van een veilige omgeving waar gevoelens te voorschijn mogen komen. Hij helpt met zijn houding, zijn stijl van vragen en zijn aanmoedigingen de cliënt bij het voelen, benoemen en toelaten. Als de therapeut op dezelfde manier aanwezig is bij wat er in zijn eigen binnenwereld gebeurt en tijdens de stiltes zijn ogen sluit, dan staat ook hij in de ‘laat het er maar zijn’ stand ofwel in de zijnstand. Dit voorkomt dat hij reageert vanuit helpreflexen[5]. Het bevordert de werking van FOS omdat de houding van de therapeut zichtbaar en voelbaar is, ook bij soms heftige emotionele ontladingen, en zo een voorbeeld is voor de cliënt. Bovendien krijgen de gevoelens van de therapeut zo ook een plek.

Een gedicht van Matsuo Basho, 1644-1694, zen-dichter en vader van het haikugenre van poëzie, geeft de juiste mentaliteit mooi weer:

Stil zitten

niets doen

de lente komt

het gras groeit

Tien aarzelingen en aansporingen

  1. Waarom FOS? Er zijn toch voldoende andere goede interventies bij geblokkeerde gevoelens?
    Aansporing: Vrijwel alle alternatieven hebben veel overbodige en onwerkzame instructies om hetzelfde te bereiken (bijvoorbeeld de instructie om het gevoel ‘te accepteren’) waardoor ze cliënten in de weg zitten.
  2. FOS is moeilijk en vergt een grondige training.
    Aansporing: FOS is eenvoudig maar in een training van een dag goed te leren. Het duurt daarna wel even totdat het echt soepel gaat.
  3. Door de aandacht op geblokkeerde gevoelens te richten zullen klachten verergeren.
    Aansporing: Dat kan een tijdje zo zijn en dat is een teken dat het herstel op gang komt. De kans op blijvende verslechtering is zeer klein en het alternatief (niets veranderen) is voor de cliënt al lang geen houdbare situatie meer (anders zou hij zich niet melden).
  4. FOS is niet geschikt voor cliënten die heel veel narigheid meegemaakt hebben.
    Aansporing: Deze cliënten profiteren evenveel van FOS en misschien nog meer als ieder ander.
  5. Bij stressvolle omstandigheden kan FOS beter uitgesteld worden. C heeft het al moeilijk genoeg!
    Aansporing: Wachten of steunende gesprekken houden problemen in stand of zorgen juist voor verslechtering. Het kan ook worden opgevat als bewijs van onbekwaamheid bij T of C (kruis het juiste antwoord aan).
  6. FOS is waarschijnlijk te belastend voor cliënten en voor therapeuten.
    Aansporing: FOS kan zeker belastend zijn, maar meestal minder dan therapeuten denken. Het levert je cliënten en jou veel op. Dat is goede hulp en geeft veel voldoening.
  7. Cliënten hebben weerstand om hun emoties toe te laten.
    Aansporing: De weerstand zit vaker bij hun therapeuten. Na een goede uitleg is die ‘weerstand’ bij cliënten meestal verdwenen.
  8. Cliënten zijn te angstig om hun gevoelens zo onvoorbereid onder ogen te zien.
    Aansporing: Cliënten zijn veel veerkrachtiger en hebben veel meer in huis dan therapeuten denken.
  9. Is FOS is wetenschappelijk getest? Mag je het wel gebruiken?
    Aansporing: Vraag je af wat ‘wetenschappelijk’ betekent. FOS steunt op een stevig onderbouwde theorie, die helaas nog veel minder onderzocht is dan veel minder goede theorieën. In de praktijk kun je zelf toetsen of FOS werkt, door het te gebruiken en te ervaren wat er gebeurt.  
  10. Het is erg moeilijk om alles maar te laten gebeuren en ik vraag me af of controle uit handen geven wel zo goed idee is.
    Aansporing: Twee wijze spreuken van Winnie de Poeh zijn hier van toepassing:

Uit niets doen komt vaak het allerbeste iets.

Soms als ik ergens naar toe wil en wacht komt ergens naar mij.

Winnie de Poeh

Focus op sensaties in één oogopslag

  • Pijnlijke emoties zijn de kern van psychisch leed ongeacht de symptomen en diagnoses.
  • In de hulp bij psychisch lijden is het een absolute voorwaarde dat mensen hun pijn onder ogen zien en zich daarover uiten
  • Geblokkeerde emoties verhinderen of vertragen herstel van psychisch lijden.
  • Er zijn begrijpelijke redenen waarom mensen veel moeite hebben om emoties te voelen en te uiten.
  • Focus op sensaties is een eenvoudige breed toepasbare manier om herstel weer op gang te brengen.
  • Door met hulp van een therapeut de aandacht op de pijn te richten komt het verwerken op gang.
  • Elke emotie geeft zijn eigen specifieke gewaarwordingen op bepaalde plaatsen in het lichaam.
  • De aandacht moet daarom op die plaatsen in het lijf gericht worden waar gevoelens te voelen zijn.
  • De regie in FOS ligt bij de cliënt zelf. Dat geeft een gevoel van vrijheid, veiligheid en controle die noodzakelijk is om beladen emoties toe te laten, de ruimte en een plek te kunnen geven.
  • Aandacht geven, toelaten en benoemen zonder iets te doen om het te veranderen is de kern van FOS.
  • Focussen op emoties is steeds tegen de achtergrond van wat er nog meer te ervaren is: gedachten, geluiden, de ademhaling etc. Dat geeft een breed perspectief waarin gevoelens een plek hebben.
  • Terwijl vastzittende gevoelens los komen en voldoende de ruimte krijgen komt het zelfgenezend vermogen op gang.
  • Alles dat er toe doet krijgt een plek in het geheel, ook de geblokkeerde gevoelens. Er ontstaat weer controle waarbij alles mee kan doen.
  • Er komt rust met betrekking tot het onderwerp en er komen inzichten en oplossingen die cliënt zelf aandraagt.

Bijlage: Emotiekaarten

Over de hele wereld blijken mensen dezelfde emoties te hebben zoals woede, angst, geluk (blijheid), schaamte of minachting. Elke emotie geeft unieke gewaarwordingen in het lichaam die op de emotiekaarten zijn ingekleurd. Het op specifieke manieren lichamelijk beleven van de verschillende emoties is universeel. De lichamelijke sensaties zijn de kern van de emotionele ervaring. Bewustwording van deze gewaarwordingen kan niet alleen het contact met de emotie versterken maar ook toegang geven tot het verhaal achter de emoties.

De kaarten laten zien waar mensen gemiddeld iets voelen in hun lichaam bij elke afzonderlijke emotie. Geel en rood duiden op extra activiteit, blauw op een verminderd gevoel, en zwart is neutraal. Vrijwel elke emotie veroorzaakt meer activiteit in de borst, zoals druk of spanning, een hogere hartslag en een versnelde ademhaling. Dat mensen het hoofd ook vaak rood inkleuren duidt op activiteit in de gezicht zoals tranen achter de ogen, een strak voorhoofd/kaken of warmte in het gezicht.

www.kennislink.nl/publicaties/emoties-in-kaart-gebracht.

Lauri Nummenmaa, Enrico Glereana, Riitta Harib en anderen: Bodily maps of emotions, PNAS (december 2013) DOI:10.1073/pnas.1321664111


[1] Op basis van zijn ervaring in CGT en Mindfulness ontwikkelde Ger Schurink vanaf 2003 de Mindful Exposure, een methode om in een gesprek met aandacht stil te staan bij emotionele pijn. De methode blijkt naadloos aan te sluiten op de Method of Levels en de werking is goed te verklaren vanuit de Perceptual Control Theory (PCT). Deze theorie beschrijft een hiërarchie van 11 niveaus. Emoties zijn fysiek te ervaren op onderste niveaus. Level1: intensiteit, level 2: sensaties, level 3: configuraties. FOS is vernoemd naar level 2: sensaties, de zintuigelijke informatie.

[2] Dat de cliënt de regie heeft betekent niet dat de cliënt het allemaal bepaalt en de therapeut alleen maar volgt. Een gesprek vanuit de FOS betekent dat de therapeut als een ervaren bergbeklimmer de cliënt kan helpen zijn eigen onbekende en gevaarlijke terrein te verkennen.

[3] Met therapeut wordt iedereen bedoeld die helpende gesprekken heeft met mensen die emotionele problemen hebben.

[4]Bewust waarnemen is het vermogen om de aandacht te (blijven) richten op wat relevant is. Het is zowel het geconcentreerd waarnemen van wat op de voorgrond is, als opmerkzaam zijn van wat daarnaast op de achtergrond speelt. De juiste balans van smalle gefocuste aandacht en brede perifere opmerkzaamheid zorgt ervoor dat C betrokken is en tegelijkertijd ook voldoende vrije ruimte heeft.

[5] Zie: Help, ik heb last van help-reflexen! Te vinden op methodoflevels.nl