Hiërarchische organisatie van percepties

De Levels in de Method of Levels begrijpen

Toelichting op de hiërarchische controle van percepties voor cursisten in de MOL cursus. Dr. Eva de Hullu, december 2019

Introductie

Om te begrijpen wat er in een Method of Levels (MOL) gesprek gebeurt, is het nodig om een beeld te hebben van onze hiërarchie van percepties zoals die in de Perceptual Control Theory (PCT) is geformuleerd. Wat we ervaren, hoe we iets ervaren, is op elk niveau van onze perceptuele hiërarchie verschillend. 

Het is belangrijk om de niveaus niet te zien als op-elkaar-volgend. Het is niet dat een signaal reist van de ene laag naar de volgende laag en overal iets doet. Elk niveau is een andere manier van ervaren; een andere kijk op hetzelfde, waardoor er andere handelingen en ervaringen mogelijk worden die op het onderliggende niveau nog niet mogelijk waren. Een voorbeeld hiervan is de Sesamstraat scene “From Fish to Infinity”.

In plaats van vis, vis, vis, vis, vis, vis, vis kun je zeggen “6 vissen”. Het zijn evenveel vissen, maar het is een hele andere manier om die vissen te beschouwen (tellen ipv noemen), die heel andere mogelijkheden biedt om met grote aantallen vissen om te gaan.

Elk niveau is opgebouwd uit combinaties van het niveau daaronder. [zotpressInText item=”{5405712:59G58XUV}”] noemt dit ‘Chinese boxes’ – In elk doosje zit een doosje met daarin een doosje met daarin een doosje. Net als in deze visualisatie van een genest complex netwerk:

Elk niveau van de hiërarchie is dus opgebouwd uit een combinatie van percepties op het onderliggende niveau. In de niveaus in de PCT (zie ook tabel 1): De lichamelijke reactie bij alle emoties is een configuratie (level 3), die is opgebouwd uit samenhangende sensaties (level 2), die zijn opgebouwd uit verschillende intensiteiten (level 1).

Je kunt een perceptie op een hoger niveau dus nooit los zien van de perceptuele lagen eronder, de percepties zijn als het ware in elkaar genesteld. Als je van beneden naar boven de hiërarchie volgt, zie je dat elke keer één perceptie op een hoger niveau is samengesteld uit een combinatie van percepties op het niveau daaronder. Het is elke keer een one-to-many relatie; een eenheid op hoger niveau bevat een veelheid aan percepties op lagere niveaus. Een persoonlijkheid (systeemconcept, level 11) bestaat uit meerdere waarden (principes, level 10) die je kan uitvoeren met meerdere programma’s (level 9) die weer bestaan uit meerdere sequenties (level 8) etcetera. Deze eigenschap van de hiërarchie, dat naar boven toe eenheid (en naar beneden toe veelheid) ontstaat, is van belang bij het begrijpen van MOL. 

In dit artikel introduceer ik in grote lijnen de perceptuele hiërarchie en gebruik deze kennis om te verklaren hoe een conflict oplost in MOL en met experiëntiële technieken zoals Mindful Exposure (of zoals deze hernoemd is: FOS, Focus op Sensaties).

In tabel 1 worden 11 levels gepresenteerd. Deze 11 levels zijn bedacht door Powers (1973, 2005), met daarbij de opmerking dat het hier gaat om een hypothese; zover we nu kunnen bedenken is het zinvol om te werken met deze 11 niveaus. Het kan echter zijn dat we erachter komen dat er meer of juist minder niveaus zijn, of dat de organisatie op onderdelen complexer is dan dit model doet vermoeden. Dat maakt voor de ideeën en de keuzes in MOL niet uit.

De organisatie van percepties in een hiërarchie maakt controle mogelijk over veel verschillende soorten ervaringen. Elk mens (voorbij de peuterleeftijd) is in principe (binnen een normale ontwikkeling) in staat tot de controle van percepties op alle niveaus, maar mensen verschillen in de mate waarop ze op verschillende niveaus controleren en hoe gemakkelijk ze een niveau hoger of lager gaan. Ook hangt de vorm van controle af van wat er in de omstandigheden nodig is. 

Neem als voorbeeld een bezoek aan een restaurant. Er zijn restaurants waar je eet wat de pot schaft. Je hoeft niet te kiezen, je kan zelfs niet kiezen; er komt gewoon iets op tafel. Alles wat je dan nodig hebt, is controle van sequenties: je volgt wat er gebeurt en gaat daarin mee. Zolang het ene gerecht volgt op het andere, is het een voorspelbare ervaring, en is de ervaring goed: er is controle. Op het moment dat de informatie complexer wordt en je moet kiezen van een menukaart, dan controleer je op het niveau van programma’s. Je kan kiezen voor het vegetarische stoofpotje of de quiche, en met dat die keuze is gemaakt ga je verder met de controle op het niveau van sequenties. Maar nóg een niveau hoger ga je als de keuzes niet duidelijk zijn. Als er geen menukaart is, en de chef vraagt wat je lekker vind, dan gaat het om controle van principes. Waar houd ik van? Je komt dan niet met een specifiek recept aanzetten, maar zegt tegen de kok dat je houdt van groenten en pittige gerechten. Deze algemene richtlijnen werkt de kok werkt zelf uit in een recept, waarmee je door keuzes achter de schermen dan opnieuw vanuit controle op sequentie-niveau aan tafel kan zitten: lekker rustig, wetend dat het goed is.  

Hiërarchische controle van percepties

Perceptual LevelPerceptie op dit niveauVoorbeeldenErvaring van controleErvaring van verlies van controle
11.System concepts
Coherente organisatie van principeswereldbeeld, persoonlijkheid, identiteitPerceptie van zijn
Dit is wie ik ben
Dit is de waarheid  
Dit is hoe het werkt
Existentiële crisis 
Ik weet niet wie ik ben
Ik weet niet wat waar is
10. Principles
Fundamentele regels, waarden, waarheden, overtuigingenDoe geen kwaad
Bescherm de natuur
Zorg voor jezelf  
Perceptie van kwaliteit
Evaluatie van waarde
Dit is belangrijk.
Dit is wat ik wil
Verlies van betekenis 
Ik weet niet wat belangrijk is 
Ik weet niet wat ik wil
9. Programs
Structuur van tests en keuzepunten over sequenties.Volg een recept 
Bedenk een plan 
Maak een keuze
Een paragraaf
Perceptie van keuze
Dit is wat ik doe
Dit is mijn keuze
Besluiteloosheid
Ik weet niet wat ik moet doen
Ik kan niet kiezen
8. Sequences
Percepties met een vaste volgorde in tijd of plaats Een melodie
Een route
Een zin
Perceptie van volgorde
Voorspelbaarheid
Oriëntatie in ruimte en tijd
Onvoorspelbaarheid
Desoriëntatie
Niet weten wat er volgt
7. Categories
Indelen van percepties die eigenschappen delenKatten, vogels, voedsel, mensen, dieren. Perceptie van onderscheid
Weten wat iets is
Verlies van onderscheid
Niet weten wat iets is
6. Relationships
Hoe percepties met elkaar samenhangenDe smaak van koffie met de gedronken koffie. 
De mok staat op de tafel. 
Perceptie van relatie
Weten hoe het verbonden is in ruimte, tijd, proces
Oorzaak en gevolg
Verlies van samenhang
Niet weten hoe iets met elkaar te maken heeft
5. Events
Een samenhangend patroon van kortdurende percepties van onderliggende niveaus.Een woord
Een slok koffie
Een deur openen
Er gebeurt iets
Weten dat er iets gebeurt
Verlies van ervaring
Niet weten dat er iets gebeurt
4. Transitions
Bewegende, veranderende configuratiesTijd
Beweging
Verandering
Perceptie van verandering
Ervaring van verloop van tijd, processen, beweging
Verlies van de ervaring van tijd of beweging in de ruimte
3. Configurations
Bepaalde configuratie van sensatiesObjecten
Stoel
Emoties
Perceptie van orde
Ervaring van patronen, vormen
Verlies van het gevoel van orde
Verlies van eenheid van objecten
2. Sensations
Samengestelde zintuiglijke informatieDe smaak van limonade (zoet & zuur tegelijk)
Gevoelens
Perceptie van sensatie
voelen 
Verlies van sensatie
Gevoelloos zijn
1. Intensities
Intensiteit van sensorische informatie

Spierspanning, luidheid van geluid
Warmte, kou
Perceptie van magnitude, sterkte
Ervaring van contact met buitenwereld
Verlies van contact met de fysieke wereld

Tabel 1. Samengesteld en uitgewerkt door Eva de Hullu (2019) met gebruikmaking van Powers, W. T. (1973, 2005). Behavior: The control of perception. Benchmark Publications; Powers, W. T. (1998). Making sense of behavior. Benchmark Publications; Runkel, P. J. (2003). People as Living Things: The Psychology of Perceptual Control. Living Control Systems Publishing; Marken, R. S. (2002). More mind readings: Methods and models in the study of purpose. New View Publications.

Autorijden – controle van percepties op verschillende niveaus

Elke perceptie die je hebt en daarmee elke handeling die je uitvoert, betrekt gelijktijdig percepties op verschillende niveaus. Zo kan ik bijvoorbeeld naar een dorp verderop rijden over de provinciale weg langs het kanaal. Dit is een goed onderhouden, rechte weg, met weinig verrassingen. Door het kanaal en vangrail aan de linkerkant heb ik goed overzicht, en aan de rechterkant zijn alleen opritten, geen wegen. De weg is belijnd, er staat een streep in het midden en aan de zijkanten.  Ik kan hier met weinig aandacht rijden, ik volg de weg als vanzelf. Ik mag 80 km per uur, maar als ik er niet bij oplet, rijd ik net als veel mensen 100 km per uur. Waar de weg langs een dorp voert en je maar 60 km per uur mag rijden, hebben ze onlangs de weg opnieuw ingericht. De streep in het midden is verwijderd. Dat maakt het nu veel moeilijker om precies op mijn eigen weghelft te blijven. Ik merk dat ik hier sindsdien niet meer zo hard rijd – ik heb meer aandacht nodig voor de weg en mijn positie ten opzichte van de tegenliggers. Hier is duidelijk over nagedacht door verkeersdeskundigen, maar we kunnen het ook begrijpen vanuit PCT.

Controle van percepties op lager niveau gaat sneller en vraagt minder ‘bewuste’ aandacht dan controle op hogere niveaus. De tijd die het kost om een perceptie te controleren neemt toe, naarmate je hoger in de hiërarchie gaat. Controle van een sensatie vindt plaats in milliseconden, in het hier-en-nu (je schrikt meteen terug onder de koude kraan). Controle van een principe zoals eerlijk zijn, doe je over jaren heen (je wikt en weegt in vele situaties in de loop van je leven). 

Als je kijkt naar het rijden op de weg, kan ik in de eenvoudige wegsituatie meestal vertrouwen op controle van sequenties (level 8). De weg volgt zichzelf, mijn auto volgt de weg, het is voorspelbaar. Ik kan te hard rijden en toch controle ervaren, ik blijf netjes op de rijbaan, zie de auto’s voor me ruim op tijd. Ik kan de weg volgen, en tegelijkertijd aandachtig naar een audioboek luisteren. 

Als de weg onoverzichtelijker wordt, zonder strepen, met tegenliggers dicht bij mijn weghelft of met kruisende wegen, dan moet ik tijdens het rijden keuzes maken. Dat is controle van programma’s (level 9), een niveau hoger dan controle van sequenties, en kost meer energie en aandacht. Bij het maken van die keuzes ervaar ik ook een soort bewustzijn: “ík ben het, die een keuze maakt”. Als ik op zo’n moeilijke weg rijd, dan heb ik al minder aandacht over voor iets anders dan het rijden. 

Nog een stap hoger dan de controle van programma’s, is de controle van principes (level 10). Dit zijn de waarden die we hebben die ons helpen onze programma’s te kiezen. Ik merk dit tijdens het rijden als ik bijvoorbeeld moet kiezen tussen veiligheid en op tijd komen. Ik vind het belangrijk om veilig te rijden, en ook belangrijk om op tijd te komen. Maar als ik te laat ben vertrokken, ga ik dan harder rijden om op tijd te komen? Zo’n dilemma vraagt mijn aandacht tijdens het rijden, kost me energie. Op zo’n moment kan ik in de auto niet ook nog eens ergens anders aan denken en mis ik hele stukken van mijn audioboek.

Als ik tenslotte tijdens het rijden zo in de knoop raak tussen mijn wens om op tijd te zijn en veilig te rijden, moet ik hulp inroepen van het hoogste niveau dat ik beheers: de controle van systeemconcepten (level 11). Bij conflicterende principes is de verbindende vraag: wie wil ik zijn? Wie ben ik, als persoon, als geheel, als identiteit? Hoe wil die persoon zich op de weg gedragen? 

Conflicten tussen percepties

Bij een conflict zijn tenminste drie niveaus betrokken; te onderscheiden in onder, midden en boven). Zie figuur 1 hieronder. 

Op de lagere niveaus (N, onderste niveaus) is de uiting van het conflict. Hier is de ervaring van pijn, onprettige gevoelens, spanning, het gevoel dat past bij besluiteloosheid, het gevoel niet de juiste keuze te maken. 

Het niveau (N+1, middelste niveau) waar de doelen tegenstrijdig zijn is het niveau waarin het conflict wordt veroorzaakt. Er worden van daaruit naar de onderliggende niveaus incompatibele referentiewaarden doorgegeven. Van het ene systeem moet de ervaring zo worden, als volgens het andere systeem onwenselijk is. 

Het niveau daarboven  (N+2, bovenste niveau) bepaalt de perceptie, de context of situatie waarin het conflict ontstaat. Als hier iets verandert, kan het conflict verdwijnen. 

Een voorbeeld dat we vaak gebruiken is dat van een moeder, die zich zorgen maakt over hoe ze met haar dochter moet omgaan. Haar tienerdochter wil graag uitgaan met vriendinnen, maar haar moeder voelt zich daar niet goed bij. Ze wil graag dat haar dochter veilig (middelste niveau, N+1) is en verbiedt haar dochter uit te gaan (Level N, daaronder). Maar dat voelt ook niet goed (nog lagere niveaus, gevoelens), want ze vindt het ook belangrijk dat haar dochter zelfstandig wordt, autonoom is (N+1, middelste niveau). Ze kan haar niet klein houden. Alleen als ze haar dochter uit laat gaan, ligt moeder wakker van angst. En als ze haar dochter thuis houdt, voelt ze zich schuldig.

Figuur 1. Meerdere niveaus zijn betrokken bij conflict

Zolang haar bewustzijn beperkt blijft tot de lagere niveaus en blijft steken in ‘hoe moet ik dit doen?”, komt er geen oplossing. Pas als ze zich bewust is van haar conflicterende doelen: autonomie en veiligheid, kan ze vanuit een nóg hoger level (level N+2, hoogste niveau), zichzelf zien als een moeder die haar dochter zowel autonomie als veiligheid toewenst en heeft ze een antwoord voor zichzelf waarom ze dit belangrijk vindt (bijv. omdat ze zichzelf in haar jeugd te bekneld heeft gevoeld en omdat ze het belangrijk vindt haar dochter die pijn te besparen). Als je autonomie en veiligheid tegelijkertijd in beeld hebt, kan de integratie plaatsvinden tot op het niveau daarboven. Op het hoogste niveau kan ze immers haar waarden verenigen in een beeld op het niveau van systeemconcepten: “Wat voor een moeder wil ik zijn?” Vanuit die eenheid ervaart ze meer bewegingsvrijheid in haar principes (wat hoort er bij de moeder die ik wil zijn?) en haar programma’s (hoe doet de moeder die ik wil zijn dat?). 

Focus op Sensaties (FOS)

Ger Schurink ontwikkelde op basis van zijn ervaring in CGT en Mindfulness de Mindful Exposure techniek, om in een gesprek met aandacht stil te staan bij de ervaring van emotionele pijn. Binnen de MOL blijkt die techniek goed te passen, waarbij de behoefte ontstond om ook de werking te verklaren vanuit de PCT. Daarbij krijgt de procedure ook een nieuwe naam, die past bij haar rol in MOL: Focus op Sensaties (FOS). 
De techniek bestaat uit het starten vanuit een emotioneel onderwerp, dat verder niet hoeft toegelicht of uitgewerkt. De therapeut vraagt met regelmaat naar de ervaringen in het lichaam, in het hier en nu, en moedigt de cliënt aan om de aandacht op die ervaring gericht te houden, bijvoorbeeld door te vragen: “Waar voel je dat?” Er komen in het proces verschillende emoties, lichamelijke gewaarwordingen, beelden, gedachten aan de orde, die uitgesproken worden en deel worden van het bewustzijn. Net als in de MOL is het alsof de cliënt met hulp van de vragen van de therapeut een donkere kathedraal met een zaklamp verkent. Het verschil met de ‘reguliere’ MOL sessie, is dat bij FOS de aandacht expliciet op de lagere niveaus wordt gericht, daar waar de pijn ervaren wordt. Op dat niveau is er veel minder ‘gepraat’, er zijn immers vaak geen woorden voor de ervaringen. Door de aandacht en door alle verschillende en tegenstrijdige percepties (ervaringen) die in het bewustzijn worden gebracht, kunnen conflicten die zich op dit niveau afspelen, reorganiseren en oplossen. 

Dat die pijn die er zat eerder niet vanzelf wegging, heeft vanuit de PCT te maken met conflicterende doelen ergens in de hiërarchie, waardoor er geen beweging mogelijk was in een deel van het systeem. De moeder uit het voorbeeld hierboven vindt het bijvoorbeeld heel moeilijk om haar dochter vrij te laten, omdat ze zelf een traumatische ervaring heeft meegemaakt met een man in het uitgaansleven toen ze jong was. Ze wil daar niet aan terugdenken, ze wil graag die verstandige moeder zijn, maar ze slaapt niet als haar dochter niet in de buurt en veilig is. In de MOL kan je met haar praten over haar waarden, over autonomie en veiligheid, over de moeder die ze wil zijn. Van daaruit kan het oplossen. Maar als je als therapeut aan de achtergrondgedachten merkt dat er gevoel zit dat er niet mag zijn, dan kan FOS het proces verder helpen. Je merkt bijvoorbeeld, dat de moeder emotioneel wordt als ze uit hoe haar dochter vertelde over een afspraakje dat niet echt fijn verliep, waar een vriendin haar uit redde. Als je doorvraagt op die pijn, dan kan je terechtkomen bij de eigen ervaring van moeder die haar nu zo in de weg zit. 

Er is dan duidelijk pijn en tegelijkertijd heeft de moeder de overtuiging dat ze haar eigen ervaringen niet wil laten bepalen hoe ze nu haar dochter opvoedt. Die pijn, die mag er van haar niet zijn. Er is dus een conflict tussen wie ze wil zijn (niet kwetsbaar, niet emotioneel) en wat ze ervaart (kwetsbaar, emotioneel). Dit conflict loopt door de hele hiërarchie heen en blokkeert de bewegingen in de reorganisatie waar het gevoel bij betrokken moet zijn. Zo kan het proces zonder die emoties ‘koud’ en ‘hoog’ (in de hiërarchie van percepties) aanvoelen. Vragen naar gevoelens in het lichaam, vragen naar het hier-en-nu, brengen de aandacht weer naar beneden. 
FOS maakt het mogelijk de blokkade in de hiërarchie op te lossen. Pijn die er niet mag zijn ervaren door juist de aandacht op die niveaus te houden waar de pijn zich afspeelt. Op die manier bouw je van onderaf nieuwe perceptuele controle, een nieuwe ervaring die goed voelt op. Dan is de pijn waar je zo bang voor was niet zo dreigend als je dacht. 

Die ervaring kun je in onderstaande figuur (figuur 2) zien als de blauwe pijlen, die vanuit het onderste niveau naar boven leiden. Zo wordt de ervaring van pijnlijke emoties opnieuw verbonden met het gehele controlesysteem en is het niet langer een geïsoleerd, afgesloten gebied.
Net als bij de MOL op hogere niveaus merk je bij FOS dat de clIënt zelf aangeeft of er nog iets gaande is (er wordt gereorganiseerd), of dat het proces kalmer en stiller wordt wanneer er stukjes op hun plaats zijn gevallen. Het reorganiseren stopt vanzelf als er nieuwe, betere controle ontstaat. De pijn en het niet goed voelen is dan verdwenen, en een gevoel van kalme opluchting ontstaat. 

Figuur 2. Illustratie van de aandacht bij FOS in het grijze gebied, bij de emotionele en lichamelijke ervaringen op de laagste niveaus. In het gesprek worden ook hogere niveaus betrokken (beelden, woorden, betekenissen), maar de aandacht gaat met behulp van de FOS vragen steeds terug naar beneden, waar weinig woorden zijn en veel emotie is in het hier-en-nu. 

Literatuur over de hiërarchische organisatie van percepties

De Hullu (2019) Exploring the Control Hierarchy. Poster presented at the annual conference of the international association for Perceptual Control Theory, Manchester, UK. 

Marken, R. S. (2002). More mind readings: Methods and models in the study of purpose. New View Publications.

Nickols , F. (2016) Levels of HPCT https://nickols.us/LevelsofHPCT.pdf

Pattee, H.H. (1973). Hierarchy theory: the challenge of complex systems. George Braziller, New York, 1973.

Powers, W. T. (1973, 2005). Behavior: The control of perception. Benchmark Publications

Powers, W. T. (1998). Making sense of behavior. Benchmark Publications

Runkel, P. J. (2003). People as Living Things: The Psychology of Perceptual Control. Living Control Systems Publishing

[zotpressInTextBib style=”apa” sort=”ASC”]